Urencriterium en aard onderneming

Om te bepalen of er voldoende uren zijn besteed aan de onderneming worden meestal ook uren meegeteld die zijn besteed aan werkzaamheden die niet direct aan opdrachten kunnen worden toegerekend.

Hof Leeuwarden heeft op 15 maart 2011 geoordeeld dat bij een vanuit huis gedreven onderneming moest worden uitgegaan van de gedeclareerde uren.

Urencriterium

Om te bepalen of er voldoende uren zijn besteed aan de onderneming (het urencriterium van artikel 3.6 Wet IB 2001) worden - bij voldoende onderbouwing - meestal ook de uren meegeteld die zijn besteed aan voorbereidende handelingen en andere werkzaamheden die niet direct aan opdrachten kunnen worden toegerekend. Uit de jurisprudentie blijkt namelijk dat rekening moet worden gehouden met alle werkzaamheden die worden verricht in het zakelijk belang van de onderneming. Zie het themadossier ondernemersfaciliteiten voor een uitleg van het urencriterium en een overzicht van hiermee samenhangende aftrekposten.

Hof Leeuwarden (nr. 99/10) heeft op 15 maart 2011 geoordeeld dat bij een vanuit huis gedreven onderneming moest worden uitgegaan van de gedeclareerde uren. De betreffende ondernemer had vijftien jaar in het speciaal onderwijs gewerkt en begon nadat zij arbeidsongeschikt was verklaard in 2005 een onderneming waarbij zij huiswerkbegeleiding geeft aan jongeren met leer- en gedragsproblemen. De jongeren konden zonder eerdere afspraak tussen 12.30 en 18.00 uur bij haar thuis langskomen. Zij maakte van de begeleiding verslagen en diagnoses voor de ouders en diverse andere personen en instanties. Met deze instanties en ouders had zij ook geregeld contact over de begeleiding.

Voorbereidingstijd

In 2005 hanschaf van materiaal en administratie. Om te onderbouwen dat aan het ured zij (naar eigen zeggen) ook uren besteed aan onder andere de opbouw van de onderneming, relatiebeheer, intercollegiaal contact, literatuuronderzoek, ontwikkelingsuren, schoonmaken, aancriterium werd voldaan, heeft zij een agenda overgelegd met verschillende afspraken, de openingstijden van haar onderneming en de namen van de jongeren die zouden kunnen komen. Aan de openingstijd zou veelal een uur voorbereidingstijd vooraf zijn gegaan en na afloop zou telkens mailcontact zijn geweest. In 2005 zijn echter maar 139 uren daadwerkelijk gedeclareerd.

Gedeclareerde uren een betere maatstaf

Het Hof weigerde de openingstijden als aan de onderneming bestede uren aan te merken. Aangezien het in 2005 om slechts drie jongeren ging en er sprake was van een onderneming aan huis, achtte het Hof het daadwerkelijk aantal gedeclareerde uren een betere maatstaf om de feitelijk aan de onderneming bestede uren vast te stellen. De ondernemer had op de zitting wel een toelichting gegeven op haar werkzaamheden en een schatting gemaakt van de overige aan de onderneming bestede uren maar beide waren onvoldoende specifiek om daaruit te kunnen concluderen dat zij inderdaad een veelvoud van het aantal gedeclareerde uren (139 uur) aan haar onderneming heeft besteed.

Het Hof oordeelde dat zij niet aan het aantal vereiste uren kwam, zelfs als de door haar gevolgde studie orthopedagogiek kan worden toegerekend aan de onderneming en rekening wordt gehouden met het feit dat zij door haar gezondheid relatief meer tijd nodig heeft voor het verrichten van haar werkzaamheden.

N.B. Bij het drijven van een onderneming vanuit huis ligt de bewijslast voor het urencriterium meestal wat moeilijker omdat een duidelijke scheiding tussen privé- en zakelijke belangen moet worden aangetoond (Hof Amsterdam, nr. 09/00103).

bron: Elsevier Fiscaal